Op de adem van de Geest
===================
Lied: Looft uwe God, alle tongen en talen …. (Z.J. 599, 1-2-3)
V. Goede God, Vader, Zoon en heilige Geest,
verhaal van liefde, van eenheid en gemeenschap,
ons verteld door het Woord, ons gegeven door de Geest.
S. Hoe goed is het U Vader te noemen,
of Moeder, Bron van ons bestaan;
uw kinderen te zijn en vol vertrouwen,
ons leven te leggen in uw hand,
wel wetend dat in uw verhaal met ons
een plaats voor iedereen bereid is.
V. Hoe goed is het U Zoon te noemen,
uit de Vader geboren, vóór alle tijd.
Mens geworden in onze geschiedenis,
om Gods eigen verhaal met ons te gaan delen,
om bij ons van de Vader te getuigen,
zijn liefde grijpbaar te maken voor mensen.
S. Hoe goed is het U Geest te noemen,
eenheid in liefde van Vader en Zoon,
Helper en Trooster, die bij ons wil blijven,
in ons en om ons, als adem en wind.
Alles vervullend, voltooiing brengend,
einde van Gods verhaal en eeuwig begin.
V. Wij willen uw verhaal verder vertellen,
gaan naar de mensen op onze weg
met de boodschap van liefde en mededogen,
in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Enkele ogenblikken stille aanbidding
V. Barmhartige God, wij erkennen U als Bron van al wat leeft,
als kracht die de schepping in stand houdt.
Gij zijt overal aanwezig waar mensen op een bezielende wijze leven.
Wij ervaren uw nabijheid in de liefde die haar oorsprong heeft in U,
in de goedheid die mensen elkaar bewijzen,
in de genade die ons ten deel valt.
Gij hebt uw Geest geschonken aan deze wereld
die nieuw leven brengt waar verstarring heerst,
die kracht schenkt aan wie moedeloos zijn,
die vrede bewerkt in de harten van de mensen.
In Jezus van Nazareth hebben wij die Geest aan het werk gezien.
Hij heeft ons een nieuwe wereld voorgeleefd
en de komst van uw Rijk van vrede en gerechtigheid aangekondigd.
Wij danken U dat Gij Hem onvergetelijk gemaakt hebt,
dat Hij ons de richting wees naar een bezield bestaan.
Tientje
Lied: Wat zijn de goede vruchten …(Z.J.431, 1-2)
L. Onze God is een geweldige God!
Hij heeft geroepen: Licht, en er was licht.
Hij heeft geroepen: Mens, en wij werden geboren.
Hij heeft ons mensen gemaakt: één voor één en allen samen.
Hij heeft Jezus uit Nazareth gevraagd,
of Hij licht wilde zijn van zijn licht, of Hij mens wilde zijn,
zoals Hij de mensen bedoeld had: beeld en gelijkenis van God zelf.
In Hem, Jezus van Nazareth, werd pas duidelijk,
wie en hoe God is, hoe Hij bestaat: dienaar van mensen.
Jezus heeft gesproken over een weggerold muntje,
over een schaap dat verdwaald was, over een jongen die verloren liep.
Omdat Hij, Jezus van Nazareth, helemaal vol was van God,
had Hij een merkwaardige voorkeur voor hen die verloren liepen:
de verkommerden, mensen in de kou, randfiguren.
Toen zijn levenseinde gekomen was,
gaf Hij de Geest: Ik zal er zijn voor jullie.
Sindsdien is Hij als een vuur in ons midden.
Hij is een bron van hoop in alle dorst en duur.
Hij maakt een nieuw begin.
In al wat groeit en leeft heeft Hij zijn adem uitgezaaid.
Hij zal er zijn. Ja, Hij is een geweldige God …
Hem willen we vieren, zingen voor Hem.
Hem willen we danken, dat we gedoopt zijn op zijn Naam,
dat ons bestaan getekend is door zijn naam.
Hem willen we bidden, dat wij in zijn naam
aan mensen nabij zijn, zoals Hij ons nabij wil zijn.
Vader, Zoon en Heilige Geest:
niet een God die alleen in eenzame hoogte troont,
maar een God, die zelf gemeenschap van liefde is: tederheid, warmte, nabijheid.
Een God die daarom als geen ander de kunst verstaat, er te zijn voor anderen,
dichtbij als een mens, als een woord van hart tot hart,
ja zelfs als brood, als voedsel voor onderweg.
Tientje
Lied: Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer … (Z.J. 701, 1-2)
V. Een kind wordt geboren, een mensenleven begint,
‘gegroet de levensgeest in jou’, gij ‘tempel van Gods geest’.
Alle leven steunt op Gods adem, alles leeft bij de gratie van Gods geest.
De psalmist zegt over alle levende wezens:
Als U uw gelaat verbergt, vergaan zij van schrik,
ontneemt U hun de adem, dan snakken ze naar lucht en keren tot stof terug.
Maar geeft U uw adem, dan worden zij herschapen,
U maakt de aarde weer helemaal nieuw.
L. Met alle mensen hier beneden die reikhalzend uitzien
naar een kracht uit de hoge die bezielt en vernieuwt,
die uw aarde herschept van een woest wildernis
tot een akker van overvloed, roepen wij tot U, o God.
S. Waai met uw adem door heel ons bestaan,
kom met uw vurigheid hier in ons midden,
bezaai met uw woorden de grond van ons hart,
opdat in ons leven uw schepping geschiedt.
L. Hoe zouden wij weten wie Gij zijt, o God,
hoe zouden wij U durven aanspreken
als Gij ons niet vóór was geweest met de macht van uw liefde,
met woorden van uw goedheid.
S. Daarom komen wij niet naar U toe met ons gave geloof
en onze veelbelovende woorden,
maar beroepen wij ons op uw belofte
en vragen wij U in vertrouwen:
wil ons aanvaarden en neem ons in dienst.
L. Uit deze wereld, vol, overvol, maar leeg van U, o God,
leeg van wonderen, leeg van geloof, roepen wij tot U.
S. Bestook ons met uw woorden, bestorm ons door uw Geest,
neem ons in voor uw Rijk en vervul ons van uw liefde,
dat wij een levend teken zijn van uw aanwezigheid
die heel de schepping draagt.
L. God die van mensen houdt, wij leggen onszelf aan U voor,
met alles wat we hebben en alles wat we missen,
met alles wat ons lukte en alles waarin we faalden.
S. Help ons ons leven opnieuw te bezien
in het licht van uw heil,
leer ons te onderscheiden wat wezenlijk is en wat niet,
maak ons bescheiden en maak ons vrijmoedig
geef ons het hart om van mensen te houden,
van anderen zo goed als van ons zelf.
Tientje
V. God, mijn Vader, in Jezus’ naam bidden wij om de heilige Geest.
S. Moge de heilige Geest ons aansporen,
als wij uw opdracht, uw liefde
en uw beloften dreigen te vergeten.
V. Moge de heilige Geest onze gedachten verfrissen
opdat wij U steeds voor ogen houden,
uw heiligheid en alwetendheid,
uw wijsheid en uw goedheid, uw liefde en trouw.
S. Moge uw heilige Geest ons aanmoedigen wanneer wij aarzelen,
ons steunen wanneer wij zwak zijn,
ons licht geven wanneer wij verdwaald zijn.
V. Moge uw heilige Geest ons geloof bevestigen
wanneer twijfels ons overvallen,
onze hoop versterken als de moed ons ontzinkt,
onze liefde doen ontvlammen
wanneer wij U en onze naaste niet meer in het hart dragen.
S. Moge uw heilige Geest, de Geest van uw Zoon,
over ons komen, zoals eens over Jezus’ leerlingen.
V. God, onze Vader, U hebt door Jezus
de belofte gedaan dat allen die erom vragen
de heilige Geest zullen ontvangen.
Uw woord is waarheid, uw belofte is heilig.
S. Laat dan de kracht van uw heilige Geest
in ons en in alle mensen zijn uitwerking hebben.
Tantum ergo
Zegen
Lied: Eert God die onze Vader is …. (Z.J. 512)
A N G E L U S
DE ENGEL DES HEREN
HEEFT AAN MARIA
GEBOODSCHAPT
GEBEDSDIENSTEN
DE ENGEL DES HEREN HEEFT AAN MARIA GEBOODSCHAPT
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Lied: Ik groet u, vol genade... ( Z.J. 743, 1 - 2)
V. De engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt
S. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
V. Zie de dienstmaagd van de Heer,
S. Mij geschiede naar uw woord.
V. En het Woord is vlees geworden.
S. En het heeft onder ons gewoond.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God.
S. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
V. Laten wij bidden:
S. Goede God,
Maria, de eerste van alle gelovigen,
heeft uw Woord ontvangen met hart en ziel
en zij werd vervuld van leven.
Zij is een bron van inspiratie
voor allen die uw Woord horen
en er naar willen leven.
Open ons voor de vreugde van uw geboden
en zet ons op weg om deze wereld
te maken tot een plaats waar U thuis bent.
Dan zullen wij ons verheugen in uw liefde
door Jezus Christus, onze Heer.
Tientje
Lied: Lied: Maria, schone Vrouwe ... (Z.J. 557)
L. De boodschapper van God die bij Maria binnentrad,
heeft haar leven ingrijpend veranderd.
De blijde boodschap aan Maria, kan ook ons bestaan veranderen,
als wij met Gods hulp ons afkeren van het kwaad
en ons toekeren naar het goede.
S. Heer, Jezus Christus,
schenk ons de moed en de kracht om ons te bekeren
en alles na te laten wat geen vrede geeft.
Vervul ons met uw Geest van vrede
want Gij wilt een wereld van vrede en gerechtigheid.
L. God heeft zijn tedere ontferming uitgestrekt over Maria,
zij is naar lichaam en ziel vol geworden van Gods liefde.
'Stellen ook wij ons open voor de werking van God
en bidden wij tot Maria' s Zoon:
S. Heer, Jezus Christus, uw moeder laat ons zien
wat vol-zijn-van-U betekent:
haar liefde voor U was zonder grenzen.
Geef ons de moed volkomen open te staan voor uw goedheid.
Laat uw vrede onder ons komen.
L. Als Maria en Elisabet elkaar ontmoeten,
zingt Elisabet: Gezegend zijt gij onder de vrouwen.
Gezegend zijt gij... elkaar zegenen is
elkaar het goede, nee, het beste toewensen,
elkaar aankijken en zien, ontmoeten, en zeggen:
moge jij gezegend zijn...
Om die zegen bidden wij:
S. Heer, Jezus Christus, kom met uw vrede onder ons
en maak ons tot mensen die van harte goed doen,
die voor elkaar een zegen zijn en zó vrede mee-maken.
L. Naar het voorbeeld van Maria
willen wij gehoor geven
aan Gods bedoeling met ons.
Dat betekent: geloven in de Zoon,
door alle moeilijkheden heen,
erop vertrouwen dat zijn Rijk
van vrede en gerechtigheid komen zal.
Vanuit dat geloof bidden wij:
S. Heer, Jezus Christus, U schenkt ons uw vrede,
U gaat ons voor met uw vredesgroet,
spoor ons aan, zet ons op de goede weg,
Tientje
V. Bidden wij tot God onze Heer, die ons in Maria
een toonbeeld heeft gegeven van geloof,
dienstbaarheid en vertrouwen.
Dat wij in de gemeenschap van de Kerk opkomen
voor armen, onderdrukten, vluchtelingen en daklozen,
dat hun ruimte voor een menselijk leven wordt gegund:
S. Maria, poort van Gods genade, wees onze voorspreekster.
V. Dat wij de groei van Gods koninkrijk bevorderen:
door trouw aan de kernboodschap van het evangelie,
dat heersen dienen is.
S. Maria, poort van Gods genade, wees onze voorspreekster.
L. Dat wij binnen de gemeenschap van de kerk,
in gehoorzaamheid aan Gods woord,
opkomen voor het welzijn van medemensen dichtbij en veraf.
S. Maria, poort van Gods genade, wees onze voorspreekster.
Tantum ergo
Slotlied: Iedere tijd opnieuw (ZJ 533, 1- 2 -3 -4)
EN ZE HEEFT ONVANGEN VAN DE HEILIGE GEEST
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Lied: Zingt een nieuw lied voor de Heer ... (Z.J.503, 1-2-3)
V. De engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt
S. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
V. Zie de dienstmaagd van de Heer,
S. Mij geschiede naar uw woord.
V. En het Woord is vlees geworden.
S. En het heeft onder ons gewoond.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God.
S. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laten wij bidden:
V. Maria zei tot de engel: Hoe zou dat kunnen
terwijl ik met geen man gemeenschap heb?
De engel antwoordde haar en sprak:
De Heilige Geest zal over jou komen,
kracht van de Allerhoogste zal jou overschaduwen:
daarom zal wat uit jou wordt geboren
heilig zijn, en worden geroepen 'zoon van God'.
En Maria zei: Mijn ziel maakt groot de Heer.
Mijn geest juicht voor God mijn bevrijder,
omdat Hij mij heeft gezien
in mijn diensthuis, mijn vernedering.
En van nu af prijzen mij alle geslachten gelukkig.
Want wonderen ontzagwekkend,
deed Hij mij aan, onweerstaanbaar.
Gezegend zij zijn naam.
Tientje
Lied: Looft uwe God, alle tongen en talen …. (Z.J. 599, 1-2)
L. Wees gegroet, Maria, moeder van al ons verlangen;
gij zijt de aarde die "ja" aan het leven zegt,
en daarop is Gods Woord vlees kunnen worden.
Wees gegroet, Maria, moeder van al ons zoeken;
gij zijt met ieder van ons op zoek naar Jezus,
ook wanneer wij zijn woorden moeilijk verstaan.
S. Wees gegroet, Maria, moeder van al ons lijden;
gij zijt de vrouw aan de voet van het kruis,
troosteres van al wie lijdt en weent.
L. Wees gegroet, Maria, moeder van Jezus' leerlingen;
gij zijt de moeder van de Kerk
op het kruispunt van Gods heilsgeschiedenis.
Wees gegroet, Maria, moeder bij alle pinksteren;
gij zijt met Jezus' leerlingen in gebed
om de gaven van de heilige Geest af te smeken.
S. Wees gegroet, Maria, moeder van al ons hopen;
gij zijt in het hart van Gods schepping
toonbeeld van de eens verheerlijkte mensheid.
Tientje
Lied: Ik groet U vol genade ... (Z.J. 743, 1-2-4)
L. In de uitbeelding van het Pinksterwonder
zoals het in Handelingen beschreven staat duikt,
opmerkelijk genoeg vaak Maria op.
De Maagd neemt doorgaans zelfs een centrale plaats in:
zij wordt afgebeeld in het midden
van de kring van twaalf apostelen;
boven elk hoofd zweeft doorgaans een tongvormige vlam,
soms ook een stralenbundel.
Dat Maria in het begeesterde gezelschap is gezeten,
is niet zo vreemd.
Maria symboliseert namelijk de Kerk,
die bij Pinksteren in het aanschijn treedt.
Haar plaats in het geheel is overigens ook
met een beroep op de Schrift te rechtvaardigen.
In Handelingen wordt namelijk verteld hoe de apostelen
na Jezus’ Hemelvaart terugkeren naar Jeruzalem:
Daarna keerden ze terug naar Jeruzalem.
Toen ze de stad binnenkwamen,
gingen ze naar de bovenzaal waar ze gewoonlijk verbleven.
Zij bleven allen trouw en eensgezind in gebed,
samen met de vrouwen, en met Maria, de moeder van Jezus.
Maria verbleef blijkbaar in het gezelschap van de apostelen,
en kon dus met het volste recht in hun midden worden afgebeeld.
Niet toevallig, zij is de Moeder die de groep leerlingen
in dit pijnlijk moment rond zich schaart, bijeen houdt,
en hoop en vertrouwen geeft.
S. Wees gegroet, Maria, uitverkorene van God, onze moeder,
vol van genade die gij wilt uitdelen aan al uw kinderen.
De Heer is met u, gij kunt van God verkrijgen
wat wij in gelovig vertrouwen vragen.
Gezegend onder de vrouwen,
ons voorgegaan in nederigheid en dienstbaarheid.
Gezegend is Jezus, uit u geboren, tot onze verlossing ontvangen.
Heilige Maria, bid in ons, bid met ons, bid voor ons,
opdat ook wij in geloof en hoop
mogen openstaan voor de geest van God,
die ons leidt tot in eeuwigheid;
Tientje
V. Zwanger van liefde.
Twee onopvallende mensen, zonder pretentie,
zeggen ja op de liefde. Gods geest doet zijn werk.
De volmaakte liefde begint haar levensweg
in de schoot van een vrouw.
Maria is geen bovenaardse mens;
zij kan maar ja zeggen door de kracht van de geest.
In het gezin van Nazareth
is God mens geworden in Jezus;
HELEMAAL MENS, honderd ten honderd.
Hij is afgedaald naar het menszijn
opdat jij en ik een weinig goddelijker zouden worden.
Zeg maar ja op de liefde,
dan is Hij met de volheid van Zijn geest
overal waar je Hem nodig hebt;
dan ben je krachtig genoeg
om mens te zijn zoals Jezus,
om blinden te laten zien
dat God - in jou - van hen houdt,
om doven te laten horen
dat het goede nieuws ook voor hen is bestemd,
om je medemens te bevrijden
van bezit en allerlei afgoden.
Dan kun je niet anders dan oprichten
wie reeds jaren met het hoofd naar beneden lopen,
de hand reiken aan hen die bang zijn voor de toekomst,
opkomen voor het recht van de zwakste, dichtbij en veraf.
Maria en Jozef hebben ja gezegd.
De liefde kan de liefde niet minachten.
Hopelijk word jij zo geboeid
door de mens-wording van Jezus, door de liefde,
dat zij ook in jouw hart kan geboren worden.
S. Heer Jezus Christus
U daagt ons uit te leven in vrede,
U zet ons aan tot verzoening.
Schenk ons het geloof van Maria,
trouwe volgelinge, standvastige vrouw,
en sterk ons om uw woord van vrede
waar te maken in de wereld van vandaag.
Tantum ergo
Lied: Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer … (Z.J. 701 ...)
ZIE DE DIENSTMAAGD DES HEREN
= = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Openingslied: Ik groet U, vol genade … (Z.J. 743, 1-2)
V. De engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt
S. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
V. Zie de dienstmaagd van de Heer,
S. Mij geschiede naar uw woord.
V. En het Woord is vlees geworden.
S. En het heeft onder ons gewoond.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God.
S. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laten wij bidden
V. God, in uw rijk wordt het kleine verheven
en naar de vernederde omgezien.
Hongerigen worden overladen met rijke gaven
en kwetsbaren worden versterkt.
S. Dat hebt Gij toegezegd van geslacht op geslacht
aan allen die ons voorgingen, tot de dag van vandaag.
Een hemelse wet voor eeuwig.
V. In Maria, vrouw van eenvoud, vrouw ook van kracht,
openbaart Gij de kracht van uw arm
en toont Gij U bereid, uw genade uit te delen
aan al uw schepselen, die roepen tot U.
S. Dat hebt Gij ook laten zien
in Maria’s kind, zoon der mensen,
Jezus van Nazareth, uw welbeminde Zoon.
V. Hij openbaarde U met hart en ziel,
in de liefde die alles bindt, in de barmhartigheid ten einde toe.
S. Wees gegroet, Maria, uitverkorene van God, onze moeder,
vol van genade die gij wilt uitdelen aan al uw kinderen.
De Heer is met u, gij kunt van God verkrijgen
wat wij in gelovig vertrouwen vragen.
V. Gezegend onder de vrouwen,
ons voorgegaan in nederigheid en dienstbaarheid.
Gezegend is Jezus, uit u geboren,
tot onze verlossing ontvangen.
Tientje
Lied: Maria, poort van Gods genade … (Z.J. 558, 1-2)
V. Het leven van Maria heeft een plaats
in de heilsgeschiedenis van het Joodse volk.
Het wachten op de Verlosser
in het geloof dat God het volk van Israël
en alle mensen zal redden,
heeft Maria zodanig in haar leven opgenomen,
dat door haar Gods belofte werkelijkheid wordt.
L. Op de morgen van genade, toen alles anders werd,
groeide duidelijk het besef: de Heer is bij mij.
De God van alle mensen draagt mij.
Hij draagt mij immer door als een stukje geluk
in het omhulsel van de tijd.
Hij baant mij wel een weg,
maar verwijdert geen obstakels op mijn levensbaan.
Hij draagt mij als een vlinder.
Maar Hij draagt mij en zal mij altijd verder dragen
door elke donkere nacht, door elke pijn.
Zo fel heeft dat geluk haar hart beroerd,
dat heel de mensheid delen mocht
in datzelfde besef: ‘de Heer is met ons’.
De armen van het land
en wie zich schuldig wisten aan het kwaad,
de drenkeling in een oceaan van twijfel …
zij mogen allen weten: ‘de Heer is ons nabij’.
Hij draagt ons, behoedzaam en trouw.
Daarom zullen ook wij elkander verder dragen,
ongezien en ongeweten de vaste grond zijn
waar de ander even kan op staan.
S. Goede God, het verlangen naar redding en verlossing
van het volk Israël hebt Gij in Jezus en Maria vervuld.
Open ons hart voor uw aanwezigheid
en uw woord van trouw in deze wereld,
dan zal uw licht schijnen in onze duisternis
en ons hart vervuld zijn van uw vreugde.
Want zo hebt Gij het gedaan voor Maria
uw uitverkoren gelovige.
Tientje
Lied: God die ons heeft voorzien ... (Z.J. 531, 1 - 2 -3)
L. In het eerste hoofdstuk van het Lucas’ evangelie
staat het mysterieuze verhaal van de engel Gabriël
die, namens God, aan Maria de boodschap brengt
dat zij werd uitverkoren om moeder te worden van Jezus,
de beloofde Verlosser en Messias.
Maria wordt in dat verhaal in het bijzonder geprezen
vanwege de bereidwilligheid
ten opzichte van Gods gave en oproep.
Met de woorden: ‘Ik ben de dienares van de Heer’
stelt zij heel haar leven in dienst van het Rijk Gods
dat in Jezus doorbreekt.
Maria, een vrouw uit Nazareth, de moeder van Jezus.
Een levendig verhaal van Gods bemoeienissen in haar leven
en van de rol die zij in Gods heilsplan te spelen kreeg.
Maria, een vrouw die ook vandaag nog leeft
in jouw en mijn verhaal van leven, elke dag.
Maria leeft in elke vrouw, in elke kleine mens
die om het even waar vergeten wordt en over het hoofd gezien.
Maria leeft in elke vrouw, in elke kleine mens
van wie niemand nog iets verwacht.
Maria leeft in elke mens, in iedere gemeenschap
die zich laten bezielen
door de God van leven, van recht en vrede,
door Hem die machteloze op doet staan.
Zoals Maria kan ieder mens in zijn leven
de kiemen dragen van een nieuwe toekomst.
Tientje
V. Ontelbare namen heeft men bedacht om U te noemen, Maria.
Namen statig en plechtig en heilig,
namen vol zon, namen vol bloemengeuren:
Roze zonder doren, Lelie op het veld, Morgenster en dageraad’.
Maar geen heeft ooit zo diep uw hart beroerd als de naam
waarmee Gods Zoon U noemde: Moeder!
S. De naam waarmee ook wij U mogen noemen,
de naam die we stamelen in dagen van angst en pijn,
de naam die we juichend zingen in uren van vreugde:
“Moeder van God, Moeder van de liefde,
Moeder van de Kerk, Moeder van elk van ons …”
V. Wees gegroet, Maria, vrouw van alle tijden,
moeder van alle moeders, draagster van Jezus,
vruchtbare vrouw in elke zin van het woord.
Gezegend is de vrucht van je schoot, ook vandaag.
Die ons, zoals jij, ‘ja’ doet zeggen
op de wereld anders, op vrede en gerechtigheid.
S. Blijf bij ons, moeder.
Droog onze tranen en luister naar ons hart.
Deel in onze vreugde. Strooi uw glimlach uit over ons.
Begeleid ons op weg naar het goede,
reik ons uw hand als wij struikelen,
neem ons op als wij vallen
En bid voor ons dat we nooit verloren lopen,
dat we uw Zoon volgen,
de toekomst in en het geluk tegemoet,
waar Gij op ons wacht.
Tantum ergo
Slotlied: Nu looft en prijst … (Z.J. 501)
MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Lied: Maria, schone Vrouwe ...(Z.J. 557)
V. De engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt
S. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
V. Zie de dienstmaagd van de Heer,
S. Mij geschiede naar uw woord.
V. En het Woord is vlees geworden.
S. En het heeft onder ons gewoond.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God.
S. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
V. "De Heer is met u,
de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen".
Met deze woorden
kondigt de boodschapper
het nieuwe leven aan.
God en mens werken samen
aan de geboorte van een redder.
Maria is vol van genade,
vol van liefde,
ze is vervuld met de heilige Geest.
Zoon en Geest
kunnen immers niet gescheiden worden;
geloof en vertrouwen,
blij instemmen op een uitverkiezing
brengen God- menselijk leven voort.
S. Gegroet, Maria,
zwanger ben je van hoop,
van verlangen,
vol verwachting op een goede toekomst.
God is met je,
gezegend ben je onder de vrouwen
want gezegend zijn zij die kracht uit jou putten.
Heilige Maria,
moeder van alle gelovige mensen,
bid voor ons,
dat we blijven kiezen voor het goede.
Tientje
Lied: De Heer heeft mij gezien ... (Z.J. 559, 1-2
L."Ik zal u zegenen en uw naam groot maken."
Deze zegen heeft Abram nooit meer losgelaten,
dreef hem voort over steppe en woestijnen,
rusteloze zwerver, bezeten door de toekomst,
zoekend naar het spoor van God.
Eeuwenlang hebben kinderen geluisterd naar zijn verhaal,
waren zij geboeid door dezelfde belofte.
Eeuwenlang zijn mensen gestorven
met dezelfde droom in hun ogen, tot heimwee gelouterd.
Eeuwenlang, geslacht na geslacht,
hebben mensen rond deze belofte gedanst en gedicht,
gevochten en gezondigd, gebeden en geleden.
De oude zegen werd geschiedenis,
geschiedenis van een uitverkoren volk,
geschiedenis tot op onze dagen.
"Gezegend zijt gij boven alle vrouwen".
Ooit werd dit woord gesproken
tot een vrouw uit die geschiedenis:
een woord als een vervulling.
Zij legde haar handen in haar schoot,
open handen, arm en weerloos,
één huiver om God.
Zij is hem op het spoor gekomen, heeft Hem aangesproken
en voelde Zijn liefde tot in haar schoot.
Tientje
Lied: Fonteine, Moeder ... (Z.J. 202, 1-4)
V. Maria krijgt in het evangelie
de blijde boodschap van de engel
dat zij de moeder zal worden
van Gods Zoon.
"Verheug U, begenadigde...",
spreekt de engel haar toe.
Deze zin wordt ook wel
op een andere manier
uit de oorspronkelijke Griekse tekst vertaald,
dan luiden die woorden:
"Ave Maria...",
"Wees gegroet Maria,
vol van genade,
de Heer is met U...",
Honderden malen groeten wij Maria
met die woorden van de engel.
Toch is dit misschien nog niet eens het mooiste gebed
dat we in het evangelie
van de boodschap van de engel aan Maria vinden,
Het allermooiste is
het spontane antwoord van Maria,
haar "ja".
Heel de mensheid
had al eeuwenlang gewacht
tot een mens
dit "ja" tot God zou mogen spreken.
Zij spreekt met heel haar hart
woorden van eenvoudige dienstbaarheid
en totale beschikbaarheid voor Hem;
"Zie de dienstmaagd des Heren;
mij geschiede naar uw woord";
"Ik ben uw dienares, ik ben van U,
ik leg mijn leven in Uw handen,
laat mij gebeuren
wat U goeddunkt".
Heer, leer ons zo bidden.
Tientje
V. Maria,
Wanneer God onverwacht
grote dingen van u vroeg,
hebt Gij innig op Hem vertrouwd.
S. Leer ons ook
de Heer steeds "ja" te zeggen:
"Mij geschiede naar uw woord".
V. Wanneer uw nicht EIisabeth
hulp nodig had,
zijt Gij haar spontaan tegemoet gegaan.
S. Leer ons ook, zonder aarzelen
dienst te bewijzen,
zodat nooit iemand
vergeefs op ons wacht.
V. Wanneer op het feest in Kana
de gastvrouw in verlegenheid geraakte,
maakte Gij Jezus er delicaat op attent.
S. Leer ons ook, mensen in nood fijngevoelig te helpen.
V. Wanneer Jezus op Golgotha
eenzaam stierf,
stond Gij onder zijn kruis.
S. Leer ons ook in trouw
hen nabij te blijven
die in lijden van vrienden verlaten zijn.
Maria, moeder van de schone liefde, leer ons zoals Gij
van God en de mensen te houden.
Tantum ergo
Lied: Iedere tijd opnieuw ... (Z.J. 533)
HET WOORD IS VLEES GEWORDEN
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Lied: Heer, hoe zijt Gij gekomen ... (Z.J. 210, 1-2-3)
V. De engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt
S. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
V. Zie de dienstmaagd van de Heer,
S. Mij geschiede naar uw woord.
V. En het Woord is vlees geworden.
S. En het heeft onder ons gewoond.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God.
S. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
V. Hemelse Vader,
U wilde wonen onder de mensen en ons leven delen.
Daarom bent U mens geworden in Jezus van Nazareth.
Wij danken U voor uw aanwezigheid onder ons.
U hebt Maria uitgenodigd moeder te worden van uw Zoon
en ze heeft de uitnodiging aangenomen,
zij heeft zich opengesteld voor uw belofte.
U wilde wonen onder de mensen en ons leven delen.
Wij danken om uw aanwezigheid onder ons.
S. Ook wij willen ons openstellen
en mensen worden in wie Gij geboren kunt worden,
mensen die uw boodschap van liefde en vrede uitdragen.
U wilde wonen onder de mensen en ons leven delen.
Wij danken om uw aanwezigheid onder ons.
Tientje
Lied: Uit uw hemel zonder grenzen ... (Z.J. 212, 1-5)
L. Een kind wordt geboren, een mensenleven begint,
‘gegroet de levensgeest in jou’, gij ‘tempel van Gods geest’.
Met alle mensen hier beneden die reikhalzend uitzien
naar een kracht uit de hoge die bezielt en vernieuwt,
die uw aarde herschept van een woeste wildernis
tot een akker van overvloed, roepen wij tot U, o God.
S. Waai met uw adem door heel ons bestaan,
kom met uw vurigheid hier in ons midden,
bezaai met uw woorden de grond van ons hart,
opdat in ons leven uw schepping geschiedt.
L. Hoe zouden wij weten wie Gij zijt, o God,
hoe zouden wij U durven aanspreken
als Gij ons niet vóór was geweest met de macht van uw liefde,
met woorden van uw goedheid.
S. Wij vragen U in vertrouwen:
wil ons aanvaarden en neem ons in dienst.
L. Uit deze wereld, vol, overvol, maar leeg van U, o God,
leeg van wonderen, leeg van geloof, roepen wij tot U.
S. Mogen wij een levend teken zijn van uw aanwezigheid
die heel de schepping draagt.
L. God die van mensen houdt, wij leggen onszelf aan U voor,
met alles wat we hebben en alles wat we missen,
met alles wat ons lukte en alles waarin we faalden.
S. Help ons ons leven opnieuw te bezien
in het licht van uw heil,
en geef ons het hart om van mensen te houden.
V. God, mijn Vader, met Maria bidden wij om de heilige Geest.
S. Moge de heilige Geest ons aansporen,
als wij uw opdracht, uw liefde
en uw beloften dreigen te vergeten.
Tientje
Lied: Vanwaar zijt Gij gekomen ... (Z.J. 214, 1-2)
L. God had in zijn hemel kunnen blijven. Dat deed Hij niet.
Hij is bij ons gekomen in zijn geliefde Zoon.
Zoiets vermag alleen de liefde.
Want liefde spreekt niet alleen, ze wil ook dichtbij komen.
Ze verdraagt de afstand niet: ze komt altijd naderbij.
Zo daalde Gods eeuwige Woord uit zijn hemel naar beneden.
Hij die volkomen gelukkig was in de schoot van de Vader,
heeft die schoot verlaten om onder ons te komen wonen.
De Liefde zocht zich een Lichaam: het Woord, een menselijke taal.
Want de Wijsheid vond haar echte vreugde niet
voor ze onder mensen kon spelen,
'vreugde scheppen in de aarde en blij zijn met de mensen' (Spr 8,31).
Het Woord is vlees geworden,' schrijft Johannes.
In geen enkele andere zin in de Schrift
ligt zoveel liefde en waarheid in
zo weinig woorden vervat.
God zet een reuzenstap naar de mensen toe.
Zijn Woord, de eniggeboren Zoon, overbrugt
de afgrond tussen God en mens, hemel en aarde.
Van eeuwigheid naar tijd,
van 'altijd' naar amper 'drieëndertig korte jaren.'
Dat is het kerstgebeuren.
In die nacht breekt meteen voor het eerst de bevrijding door:
een kerstnacht die ook paasnacht is.
Midden in de nacht komt God bij zijn volk om het te bevrijden.
'Want terwijl een diepe stilte alles omgaf
en de nacht in zijn snelle loop halverwege was gekomen,
kwam uw alvermogende Woord
van zijn koningstroon in de hemel' (W 18,14-15a).
'Ja, het Woord is vlees geworden!' zegt Johannes:
'Hij is onder ons zijn tent komen opslaan' (joh 1,14).
S. Heer Jezus, kleine God, wij mensen hebben altijd gedacht
dat Gij om echt God te zijn
heel veraf en hoog verheven moest zijn.
Maar als een kleine God zijt Gij tot ons gekomen in diepe nacht.
Zo één zijt Gij met de Váder
dat wie U ziet, Hem ziet van nabij
en wie in U blijft, eeuwig woont in Gods heilige Liefde.
Geef ons een diep geloof in uw aanwezigheid
en vervul ons altijd weer
met de verwondering van de herders
en de vrijgevigheid van de Wijzen.
Tientje
V. Alwijze God,
zie ons die geloven, die vertrouwen op U,
hier bijeen in gebed en genegenheid.
U hebt ons in Jezus uw glorie laten zien,
zijn heerlijkheid is over ons opgegaan.
Wij zijn de wijzen opzoek naar Hem.
S. Hij is ons licht en onze genezing.
V. U bent in Jezus opzoek gegaan naar ons,
nog voor we uw ontferming kenden.
Hij was uw evenbeeld, uw licht, uw Zoon,
herkend door herders en door wijzen.
S. Hij is ons licht en onze genezing.
V. Zijn leven onder ons was breken en delen,
verlichting brengen, genezing en bezieling;
Hij openbaarde ons uw wezen.
S. Hij is ons licht en onze genezing.
V. Mogen we deel hebben aan Hem,
Hij die deel heeft aan U.
S. Hij is ons licht en onze genezing.
Tantum ergo
Lied: Nu looft en prijst mijn ziel de Heer... (Z.J. 501 ...)
EN HEEFT ONDER ONS GEWOOND
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Lied: Lieve Vrouwe van ons land ... (Z.J. 746, 1-2)
V. De engel van de Heer heeft aan Maria geboodschapt
S. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
V. Zie de dienstmaagd van de Heer,
S. Mij geschiede naar uw woord.
V. En het Woord is vlees geworden.
S. En het heeft onder ons gewoond.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God.
S. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
V. Barmhartige God, wij erkennen U als bron van al wat leeft,
als kracht die de schepping in stand houdt.
Gij zijt overal aanwezig waar mensen op bezielde wijze leven.
Wij ervaren uw nabijheid in de liefde die haar oorsprong heeft in U,
in de goedheid die mensen elkaar bewijzen,
in de genade die ons ten deel valt.
S. Gij hebt uw Geest geschonken aan deze wereld
die nieuw leven brengt waar verstarring heerst,
die kracht schenkt aan wie moedeloos zijn,
die vrede bewerkt in de harten van de mensen.
In Jezus van Nazareth hebben wij die Geest aan het werk gezien.
Hij heeft ons een nieuwe wereld voorgeleefd
en de komst van uw Rijk van vrede
en gerechtigheid aangekondigd.
Wij danken U dat Gij Hem onvergetelijk gemaakt hebt,
dat Hij ons de richting wees naar een bezield bestaan.
Tientje
Lied: Here Jezus, om uw woord ... (Z.J. 809, 1-3)
L. In den beginne was het Woord. . .
Het Woord, het Woord, het woord.
Het gaat als een lopend vuurtje door de hele Johannesproloog.
God heeft tot ons gesproken.
Dat zijn we onderhand zo gewoon
dat het ons nog amper verbaast.
In andere godsdiensten spreken de goden niet.
Ze tronen, heersen en zwijgen.
Onze God kan het echter niet laten om te spreken,
vanaf het prilste begin neemt Hij het woord:
'God sprak' zegt het scheppingsverhaal tot zeven keer toe.
God breekt uit zichzelf om ons te zoeken en te vinden.
Om ons te beminnen ook.
Want wie liefheeft, spreekt;
wie kwaad is gunt de ander geen woord.
God spreekt, Hij blijft niet bij zichzelf alleen.
In God zijn van alle eeuwen Vader, Zoon
en heilige Geest liefdevol in gesprek.
Vanuit die intiemste aller dialogen
spreekt God zich helemaal uit:
in zijn Zoon, Gods volmaakte liefdeswoord, hét Woord.
Toen de tijden rijp waren, sprak Hij ook tot mensen.
Eerst door de profeten en ten slotte door zijn Zoon.
Heeft God ons dan als gesprekspartner nodig?
Hij heeft toch alles in zichzelf!
Ja, God heeft alles in zichzelf. En dus ook de liefde.
Want juist liefde houdt het niet uit bij zichzelf alleen.
Die wil naar buiten toe, om te beminnen.
Ze spreekt, ze geeft en ze vergeeft.
Zo is God: Hij bemint en dus spreekt Hij.
S. God onze Vader, Gij hebt tot ons gesproken,
vele malen en op vele wijzen door de profeten.
Maar in hen hebt Gij U niet helemaal uitgezegd,
ze hebben slechts in uw naam gesproken,
een voorlopig woord.
Op het einde der tijden, hebt Gij U helemaal uitgezegd
in uw Zoon, Jezus, uw eerste en uw laatste Woord.
Tientje
Lied: Uw Woord, Heer, heeft een wondere kracht ... (Z.J. 773, 1-2
L. Alwijze God, zie ons die geloven, die vertrouwen op U,
hier bijeen in gebed en genegenheid.
U hebt ons in Jezus uw glorie laten zien,
zijn heerlijkheid is over ons opgegaan.
Wij zijn de wijzen op zoek naar Hem.
U bent in Jezus op zoek gegaan naar ons,
nog voor we uw ontferming kenden.
Hij was uw evenbeeld, uw licht, uw Zoon,
herkend door kleinen en eenvoudigen.
Zijn leven onder ons was breken en delen,
verlichting brengen, genezing en bezieling;
Hij openbaarde ons uw wezen.
Mogen we deelhebben aan Hem, Hij die deel heeft aan U.
S. Heer, laat ons nooit vergeten
U te danken en te prijzen
omdat het tussen U en ons nooit stil is geweest
en omdat Gij in uw Woord, Jezus,
alle liefdeswoorden hebt samengebracht
die Gij ons wilde zeggen.
Heer van al wat leeft, U hebt ons weer samengebracht
in verbondenheid rondom Jezus, kind van belofte.
Net als Jozef en Maria bewaren we zijn woorden in ons hart.
Wij danken U omdat Gij ons als één familie samenbrengt.
Gelukkig de mens die ontzag heeft voor U en uw wegen bewandelt.
Tientje
V. God onze Vader
wij danken U dat U deze aarde geschapen hebt,
dat U ook de mens hebt geschapen,
om de aarde te beheren en te behoeden.
S. Wij danken U, Heer, voor het werk van uw handen
V. God onze Vader,
toen wij, mensen, ontrouw geworden waren
aan onze opdracht
en onze aarde en elkaar geweld aandeden,
bent U ons toch nabij gekomen
in een mens, een kind, om ons te openbaren
dat de echte kracht ligt in mildheid en menslievendheid.
S. Wij danken U, Heer, voor de geboorte van uw Zoon.
V. God onze Vader,
Hij, uw Zoon, Jezus van Nazaret,
wilde niet tronen in de heerlijkheid van een paleis,
Hij lag in een kribbe in een stal,
Hij wilde niet heersen in macht, maar dienen,
nabij zijn in kleine en machteloze,
lijdende en verdrietige,
nabij zijn van hart tot hart.
S. Wij danken U, Heer, voor het leven van uw Zoon.
V. God onze Vader,
uw Zoon, Jezus van Nazaret , liet ons na
het kostbaarste wat een mens kan overkomen:
uw liefde en de boodschap:
'hebt God lief en elkaar.'
S. Wij bidden U, Heer, voor de kracht van Jezus' leven.
Tantum ego
Lied: Iedere tijd opnieuw ... (Z.J. 533 ...)